De BV (besloten vennootschap) is de populairste rechtsvorm in België. Ze biedt in principe een scheiding tussen het vermogen van de vennootschap en dat van de bestuurder, maar die bescherming is niet absoluut. Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV), van kracht sinds 1 mei 2019, bepaalt nauwkeurig in welke gevallen de bestuurder van een BV persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. Dit artikel beschrijft deze situaties, de aansprakelijkheidsplafonds en de beschikbare beschermingsmaatregelen.

Het principe: de beperkte aansprakelijkheid

De scheiding van vermogens

Het fundamentele principe van de BV is de scheiding tussen het vermogen van de vennootschap en dat van de vennoot/bestuurder. Bij financiële moeilijkheden van de BV:

  • Kunnen de schuldeisers van de vennootschap in principe enkel het vermogen van de vennootschap aanspreken
  • Riskeert de vennoot enkel zijn inbreng (de gedane kapitaalinbrengen)
  • Is de bestuurder niet persoonlijk garant voor de schulden van de vennootschap

De grenzen van deze bescherming

Deze bescherming kent echter belangrijke uitzonderingen. De bestuurder kan in verschillende situaties, bepaald door het WVV, het Burgerlijk Wetboek en andere bijzondere wetten, persoonlijk aansprakelijk worden gesteld.

De soorten bestuurdersaansprakelijkheid

Het WVV onderscheidt verschillende vormen van bestuurdersaansprakelijkheid, elk met eigen voorwaarden en gevolgen.

1. Aansprakelijkheid wegens beleidsfout (artikel 2:56 WVV)

De bestuurder is tegenover de vennootschap aansprakelijk voor fouten begaan in de uitoefening van zijn opdracht. Deze aansprakelijkheid wordt beoordeeld volgens het criterium van de normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurder die in dezelfde omstandigheden is geplaatst.

  • Manifest onredelijke investeringsbeslissingen
  • Niet-naleving van de besluitvormingsprocedures (statuten, algemene vergadering)
  • Gebrek aan toezicht op de activiteiten van de vennootschap
  • Niet-opvolgen van de aanbevelingen van de commissaris of de accountant
  • Nalatigheid in het bijhouden van de boekhouding
  • Verzuim om de verplichte verzekeringen af te sluiten

Wie kan optreden?

  • De vennootschap zelf (vennootschapsvordering, beslist door de algemene vergadering)
  • Een of meer vennoten die 10% van de stemmen bezitten of aandelen die 10% van het kapitaal vertegenwoordigen (minderheidsvordering, artikel 2:57, §3 WVV)
  • De curator bij faillissement

2. Aansprakelijkheid wegens schending van het WVV of de statuten (artikel 2:56, eerste lid)

De bestuurder is aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit de schending van de bepalingen van het WVV of de statuten van de vennootschap. In tegenstelling tot de gewone beleidsfout is deze aansprakelijkheid hoofdelijk tussen alle bestuurders.

  • Niet-bijeenroeping van de jaarlijkse algemene vergadering
  • Uitkering van dividenden in strijd met de balans- en liquiditeitstest (artikel 5:141 WVV)
  • Niet-naleving van de procedure voor belangenconflicten (artikel 5:76 WVV)
  • Niet-neerlegging van de jaarrekening bij de NBB
  • Niet-bijhouden van het aandelenregister

3. De balanstest en de liquiditeitstest (artikelen 5:141 tot 5:143 WVV)

Sinds het WVV is de winstuitkering in een BV onderworpen aan een dubbele test:

Nettoactieftest (balanstest):
Het netto-actief van de vennootschap mag niet negatief worden of dalen onder het bedrag van het onbeschikbare deel van het eigen vermogen.

Liquiditeitstest:
Het bestuursorgaan moet nagaan of de vennootschap in staat zal zijn om haar schulden te betalen binnen de 12 maanden na de uitkering. Deze beoordeling wordt vastgelegd in een bijzonder verslag.

  • De bestuurders zijn hoofdelijk aansprakelijk tegenover de vennootschap en derden
  • Zij moeten de uitgekeerde bedragen terugbetalen als de uitkering schade heeft veroorzaakt
  • De begunstigden van de uitkering (vennoten) moeten de ontvangen bedragen terugbetalen als zij de onregelmatigheid kenden of hadden moeten kennen

4. De oprichtersaansprakelijkheid: ontoereikend financieel plan (artikel 5:3 WVV)

Bij de oprichting van een BV moeten de oprichters een financieel plan opstellen dat de eerste twee activiteitsjaren dekt. Als de vennootschap failliet gaat binnen de 3 jaar na haar oprichting en het financieel plan manifest ontoereikend was, zijn de oprichters persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap.

  • Beschrijving van de geplande activiteit
  • Overzicht van alle financieringsbronnen (inbrengen, leningen, kredieten)
  • Openingsbalans
  • Geraamde resultatenrekeningen over 2 jaar
  • Budget van ontvangsten en uitgaven over 2 jaar
  • Beschrijving van de gehanteerde veronderstellingen voor de raming van de omzet en de rendabiliteit

5. Aansprakelijkheid voor fiscale en sociale schulden

RSZ (sociale bijdragen):
Artikel 265 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 50 van de RSZ-wet bepalen dat bestuurders persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de betaling van de RSZ-bijdragen en de btw als de niet-betaling het gevolg is van een beleidsfout.

De bestuurder die herhaaldelijk nalaat de RSZ-bijdragen of de bedrijfsvoorheffing te storten, kan persoonlijk worden vervolgd.

Vermoeden van fout: als de onderneming betrokken was bij minstens 2 faillissementen of vereffeningen met RSZ-schulden, geldt een weerlegbaar vermoeden van fout in hoofde van de bestuurder.

6. Aansprakelijkheid voor het voortzetten van een verlieslatende activiteit (artikel XX.225 WER)

Bij faillissement kunnen bestuurders worden veroordeeld om het geheel of een deel van het passief te dragen als de rechtbank vaststelt dat zij een manifest verlieslatende activiteit hebben voortgezet terwijl zij wisten (of hadden moeten weten) dat herstel onmogelijk was.

  • Cumulatieve verliezen over meerdere boekjaren zonder herstelplan
  • Voortdurende toename van de leveranciers- en sociale schulden
  • Onmogelijkheid om de lonen te betalen
  • Kredietweigering door alle banken
  • Geen aangifte van faillissement binnen de maand na staking van betaling

7. Belangenconflict (artikel 5:76 WVV)

Wanneer een bestuurder een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensrechtelijk belang heeft dat strijdig is met dat van de vennootschap, moet hij:

  1. De andere bestuurders hiervan op de hoogte brengen voor de beraadslaging
  2. Zich onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming
  3. De verklaring laten opnemen in de notulen
  4. De commissaris informeren (indien aanwezig)

Bij niet-naleving van deze procedure kan de vennootschap of elke benadeelde derde de nietigheid van de beslissing en een schadevergoeding vorderen.

Als de BV een enige bestuurder heeft die zich in een belangenconflict bevindt, moet de beslissing worden voorgelegd aan de algemene vergadering van de vennoten.

De aansprakelijkheidsplafonds (artikel 2:57 WVV)

Het plafonneringssysteem

Het WVV heeft een plafonnering van de bestuurdersaansprakelijkheid ingevoerd, gebaseerd op de omvang van de vennootschap:

Omvang van de vennootschap Gemiddelde omzet (laatste 3 boekjaren) Gemiddeld balanstotaal Plafond
Micro/klein < 700 000 EUR < 350 000 EUR 125 000 EUR
Klein 700 000 – 9 miljoen EUR 350 000 – 4,5 miljoen EUR 250 000 EUR
Middelgroot 9 – 50 miljoen EUR 4,5 – 43 miljoen EUR 1 000 000 EUR
Groot > 50 miljoen EUR > 43 miljoen EUR 3 000 000 EUR
Zeer groot – > 1 miljard EUR (balans) 12 000 000 EUR

Uitzonderingen op de plafonnering

Het plafond geldt niet in de volgende gevallen:

  • Gebruikelijke lichte fouten (herhaling van dezelfde fout)
  • Zware fout (grove nalatigheid)
  • Frauduleus opzet of bedrog
  • Fiscale en sociale schulden (RSZ, btw, bedrijfsvoorheffing)
  • Oprichtersaansprakelijkheid (ontoereikend financieel plan)

In de praktijk geldt voor een typische Belgische kmo het plafond van 125 000 of 250 000 EUR in de gewone gevallen van onopzettelijke beleidsfouten.

De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (D&O)

Een goede verzekering vormt een belangrijk vangnet tegen de financiële gevolgen van bestuurdersaansprakelijkheid.

Principe

De Directors & Officers (D&O)-verzekering dekt de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor beleidsfouten. Ze wordt sterk aanbevolen voor elke bestuurder van een BV.

Typische dekking

  • Kosten van juridische verdediging (advocatenkosten, procedurekosten)
  • Schadevergoeding ten laste van de bestuurder
  • Vertegenwoordigingskosten voor de rechtbank
  • Dekking van huidige en voormalige bestuurders

Gebruikelijke uitsluitingen

  • Opzettelijke fout of bedrog
  • Fraude
  • Onrechtmatig verkregen persoonlijke voordelen
  • Strafrechtelijke boetes

Indicatieve kost

Omvang van de BV Jaarlijkse D&O-premie
Micro-BV (omzet < 500 000 EUR) 300 – 800 EUR
Kleine BV (omzet 500 000 – 2 mln EUR) 800 – 2 000 EUR
Middelgrote BV (omzet 2 – 10 mln EUR) 2 000 – 5 000 EUR
Grote BV (omzet > 10 mln EUR) 5 000 – 20 000 EUR

Goede praktijken om de risico's op bestuurdersaansprakelijkheid te beperken

Governance

  1. Houd gedetailleerde notulen bij van elke vergadering van het bestuursorgaan (documenteer de beslissingen, de motieven en de stemmingen)
  2. Volg nauwgezet de procedure voor belangenconflicten (artikel 5:76 WVV)
  3. Voer de liquiditeitstest uit voor elke winstuitkering en bewaar het schriftelijk verslag
  4. Raadpleeg experts (advocaat, accountant, revisor) voor belangrijke beslissingen

Boekhouding en financiën

  1. Leg de jaarrekening tijdig neer (7 maanden na de afsluiting van het boekjaar, gevolgd door publicatie bij de NBB binnen de 30 dagen na goedkeuring)
  2. Betaal de RSZ-bijdragen en de btw prioritair: de persoonlijke aansprakelijkheid voor deze schulden is bijna automatisch bij herhaalde niet-betaling
  3. Bewaak de financiële indicatoren: solvabiliteitsratio, kasstroom, werkkapitaal
  4. Stel een solide financieel plan op bij de oprichting en bewaar het zorgvuldig

Bij moeilijkheden

  1. Reageer snel: zet geen manifest verlieslatende activiteit voort
  2. Documenteer uw herstelinspanningen: besparingsplannen, zoektocht naar financiering, onderhandelingen met schuldeisers
  3. Raadpleeg een gespecialiseerde advocaat bij de eerste tekenen van moeilijkheden
  4. Overweeg een gerechtelijke reorganisatie in plaats van te wachten op het faillissement

Verjaring van vorderingen wegens bestuurdersaansprakelijkheid

Type vordering Verjaringstermijn
Vennootschapsvordering (door de vennootschap) 5 jaar vanaf de fout
Minderheidsvordering (door de vennoten) 5 jaar vanaf de fout
Vordering van derden (schuldeisers) 5 jaar vanaf de fout
Vordering wegens oprichtersaansprakelijkheid 5 jaar vanaf de fout (faillissement binnen de 3 jaar)
Vordering van de curator (voortzetting van een verlieslatende activiteit) 5 jaar vanaf het faillissement
Fiscale en sociale schulden Volgens de fiscale en sociale verjaringstermijnen

Conclusie

De beperkte aansprakelijkheid van de BV is geen absoluut schild voor de bestuurder. Het WVV voorziet in talrijke situaties waarin de bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld: beleidsfout, schending van de statuten, onrechtmatige winstuitkering, ontoereikend financieel plan, niet-gemeld belangenconflict, of voortzetting van een verlieslatende activiteit. De aansprakelijkheidsplafonds die het WVV heeft ingevoerd, bieden een zekere veiligheid, maar gelden niet bij zware fout of fraude. Het afsluiten van een D&O-verzekering, de strikte naleving van de governanceprocedures en de begeleiding door professionals (advocaat, ITAA-accountant, IBR-bedrijfsrevisor) zijn de beste bescherming voor de bestuurder van een Belgische BV.